- Het konijn - De Geit - De Volière Vogels - Het Schaap - De Cavia - De Kip - Het Varken - Het Damhert -


Het varken

Waar komt het varken vandaan?
Het varken wordt al lang als landbouwhuisdier gehouden. Opgravingen in het huidige Irak tonen aan dat er al varkens werden gehouden zo’n 8500 jaar voor Christus, dus nu ruim 10.000 jaar geleden. Varkens zijn van oorsprong bosdieren en werden ook zo gehouden. Grote kuddes werden in bossen geweid. In de steden werden de varkens als afvalopruimers gehouden. Men neemt nu aan dat de “tamme” varkens afstammen van het Europese wilde zwijn en/of van het Oost-Aziatische varken.

De aard van het beestje
Een varken houdt van rust en regelmaat. Het dier moet altijd rustig worden benaderd en toegesproken. Hoewel het niet zo lijkt als het dier buiten in het weiland in de modder loopt is het varken van nature een schoon dier en deponeert het zijn/haar mest altijd op een vaste plek. Deze plek moet regelmatig worden schoongemaakt.

De verzorging en huisvesting
Het varken heeft een stal en een goed afgezette uitloop nodig. Het liefst ook nog een plek waar het varken in de modder kan rollen. Deze modder heeft als voordeel dat huidparasieten (kleine beestjes die op de huid gaan zitten) eraf vallen bij het opdrogen van de modder. Op die manier houdt het varken zijn huid in orde. De varkensstal moet droog, tochtvrij, licht en ruim zijn. De vloer moet bedekt zijn met een laag stro, zodat het varken erin kan wroeten en een nest kan maken om in te slapen. Ze liggen het liefst verstopt onder het stro

De voeding
Het varken is een alleseter. Het wilde varken wroet in de bosgrond en vindt daar wormen, slakken, kevers, beukennootjes en eikels. Ze eten ook wel eieren, jonge vogels en konijnen als ze die vinden. Varkens moeten niet teveel en te eenzijdig worden gevoerd. Het voer van (plantaardig en dierlijk) afval is bij de wet verboden.

De voortplanting
Het vrouwtjesvarken heet een “zeug” en het mannetjesvarken heet een “beer”. Een zeug is met ongeveer zeven maanden fokrijp. Dat is de leeftijd om mee te gaan fokken. Een beer is met ongeveer acht maanden fokrijp. Naast de natuurlijke dekking (de zeug wordt gedekt door de beer) bestaat er ook kunstmatige inseminatie. Als een zeug berig (vruchtbaar) is, wordt de inseminator gebeld. Dat is iemand die werkt bij een station voor Kunstmatige Inseminatie (KI). Op zo'n KI-bedrijf worden beren gehouden, die heel goede eigenschappen vererven. Het zaad (sperma) van deze dieren wordt opgevangen en bewaard in rietjes. Als een zeug in haar vruchtbare periode is, komt de inseminator langs om zo'n dier te bevruchten met het zaad van het mannetjesdier. De draagtijd van een zeug is ongeveer 115 dagen (3 maanden, 3 weken en 3 dagen) en er worden gemiddeld 10 tot 12 biggen geboren. Na de geboorte van de biggen is het belangrijk dat de zeug niet op de biggen gaat liggen. Deze worden daarom meestal via een hek, waar de biggen wel onderdoor kunnen maar de zeug niet, van elkaar gescheiden. In de stal hangt dan een “warmtelamp” waar de biggen onder kunnen schuilen en zich verwarmen. Op een kinderboerderij blijven de biggen ongeveer 9 weken bij de moeder en dan kunnen ze zichzelf verzorgen en eten.

De leeftijd
Een varken kan 10 jaar worden. Meestal halen ze deze leeftijd niet, omdat ze voor die tijd allang geslacht zijn. Vleesvarkens worden maar 8 maanden tot 1 jaar oud. Zeugen die worden gehouden om biggen te produceren worden meestal na 4 jaar geslacht. Ze hebben dan al heel veel biggetjes op de wereld gezet.

Namen van de dieren
Mannetje
=
beer
Vrouwtje
=
zeug
Jong
=
big

Draagtijd
Draagtijd 115 dagen

Gewicht bij volwassenheid
250 kilo

Gebruik
Varkens worden gehouden om het vlees en de huid (leer en haren)


- Het konijn - De Geit - De Volière Vogels - Het Schaap - De Cavia - De Kip - Het Varken - Het Damhert -